Bewonder hetgeen zich in mijn hoofd afspeelt. Mijn mening en mijn visie. Mijn strijd, mijn leven.
Over mij
- Eric van der Ploeg
- Direct, onhandelbaar, onbegrijpelijk, hard, adrem, lief, dienstbaar, loyaal, integer, eigenzinnig, eigenwijs, christen, knuffelbeer, chef-kok :)
zaterdag 2 februari 2013
Relapse
Als je iets omhoog gooit weet je wat er volgt. Het object gaat omhoog en zal onherroepelijk weer naar beneden vallen. Het is iets dat je niet tegen kunt houden. De afloop is bepaalt. Die staat vast. Ongeacht hoe vaak je gooit er zal nooit iets veranderen. Het doet er niet toe hoe vastberaden je bent. Hoe koppig of hoe eigenwijs. Je hebt er geen invloed op. Gedane zaken nemen geen keer.
Hoop. Ik had ineens zoveel hoop. Ik zag ineens licht aan het einde van de tunnel. Ik dacht dat ik het lek boven had. Alles ging ineens goed en veel beter. Het was om trots op te worden. Ik overtrof mijn eigen verwachtingen. Maar het was mijn hoop die ik in de lucht gooide. Het was dus niet te vermijden dat het weer naar beneden zou komen. De teleurstelling is daar en de strijd is weer terug.
Het is best gemeen dat het enige wat mij rust geeft slecht voor mij is. Slecht voor mijn lichaam. Dat het de volgende dag zoveel pijn doet. Ook dat het irritant is voor de mensen die bij mij zijn op dat moment. Dat is misschien nog wel het vervelendste. Dat anderen last van mij hebben als ik op zoek ben naar rust. Het mag niet meer. Er moet een andere manier komen. Een minder destructieve. Of liever een niet destructieve manier. Een manier waar anderen geen last van hebben. Er moet een mogelijkheid zijn om zo te veranderen dat het weer normaal wordt om van mij te kunnen houden.
Ik ben ontevreden en leeg. Daar schaam ik mij voor. Ik ben namelijk altijd die gozer met de grote bek. Altijd tonnen aan wilskracht en doorzettingsvermogen. Althans dat proclameer ik. Alles wat ik wil is een beetje rust. Ik voel me klein en zinloos. Wie ben ik in dit leven. Wat is mijn rol in de film die Eric van der Ploeg heet. Wat maakt mij leven het leven waard?
Mijn hart is van steen en mijn lichaam een kooi. Ik ben klaar met wat hoort en wat je niet mag zeggen. Ik ben het zat om rekening te moeten houden met anderen en te moeten voldoen aan een bepaald plaatje. Ik ben aan het klagen. Ik klaag en ik weet hoe mensen daarover denken. Terwijl ik dit schrijf zie ik de gedachtes van anderen aan mij voorbij gaan. Ik denk ze ook.
Je ziet wat je wilt zien. Je laat zien wat je wilt laten zien. Ik ben in de war. Ik ben verscheurd en gespleten in twee kampen. Een kamp dat wil en een kamp dat klaar is. Er klaar voor is. Er klaar mee is. De stemmen schreeuwen naar elkaar en proberen beide de bovenhand te krijgen. In het midden zit ik. Terneergeslagen. Moe en radeloos. Beide stemmen krijgen geen vat op mij. Het is simpel. Ik weet het niet meer. In mijn zoektocht naar geluk begin ik steeds meer te beseffen dat geluk misschien niet bestaat. Althans niet voor mij misschien. Het doet er ook niet meer toe.
Dan is er altijd de schuldvraag. Is het mijn eigen schuld? Is het God die het mij niet wil, kan of mag geven? Is het de duivel die mij zo belangrijk vindt? Hoe en waarom gebeuren al deze dingen mij. De dingen die als mokers op mij inslaan en mij laten bloeden. Mij laten boeten. Misschien is het gewoon een geestelijk gebrek. Misschien ben ik ziek zonder dat ik het wil toegeven. Misschien ben ik gewoon structureel depressief en weet ik dat heel erg goed te verbergen. Bedrog. Acteren. Raadsels.
Wat valt er nog te proberen. Waar kan ik mij nog achter verschuilen. Wat valt er nog te verliezen. Totale verwoesting. Een stevig verkracht fundament waar ik tegen beter weten op wil bouwen. Je moet jezelf liefhebben om anderen lief te kunnen hebben. Je moet zelf geheeld zijn om anderen te helen. Je moet zelf een stabiele relatie hebben met God om anderen dicht bij God te kunnen brengen. Je moet zelf wat dan ook om anderen wat dan ook. Hoe vaak horen we dit wel niet. Hoe vaak is dit wel niet tegen mij gezegd? Het spookt door mijn hoofd. Want eigenlijk, als het waar zou zijn, kan ik niemand liefhebben. Kan ik niemand helpen. Kan ik heel veel niet. Terwijl ik het naar mijn mening toch doe. Het is immers de reden dat ik er nog ben. Het is datgene wat mijn leven nut geeft nietwaar? Er zijn voor anderen.
De inzinking is er. Het hoopvolle vooruitzicht is vervaagd. De negativiteit is weer aan het winnen. Maar ik wil niet toegeven. Ik kan niet toegeven. Ik mag en zal niet toegeven. Ik strijd alleen. Tijd bestaat niet. Ik ga. Ik ga winnen. Het zal mij alles kosten. Al mijn energie. Al mijn kracht. Maar fuck it! Zo graag wil ik nu drinken en even weg zijn. Zo graag. Maar nee. Blijf scherp. Blijf nadenken. Blijf hameren op al die namen waarvan je denkt dat ze om je geven. Blijf voor hen. Veeg je tranen weg en verman jezelf. Pak weer een douche van een uur om even tot jezelf te komen. Een koude om te voelen dat je leeft. Een hele warme om het vieze van je af te wassen. Zoek naar die wil om te leven. Zoek en strijd. Voel die onverwinnelijkheid. Voel de onaantastbaarheid. Maak jezelf kwaad en pomp die hoop door je aderen. Wees maar boos. Schreeuw het maar uit. Het maakt niet uit wat je doet als je maar iets doet om te kunnen. Gooi je bijbel maar door je huis. Val maar op je knieƫn. Sta maar weer op want je ziet er triest uit. Bezeer jezelf maar als je uit frustratie de muur aanvalt. Maak die spiegel maar stuk omdat je je eigen gezicht niet meer kan zien. Het boeit niet. Niemand ziet je. Het is nodig. Kots maar van het huilen. Verdrink maar in zelfmedelijden.
Vervolgens doe je je haar. Poets je je tanden en ga je de hort op. Alsof er niets aan de hand is. Je kan niet zijn wie je bent als je alleen bent. Je mag geen gezichtsverlies lijden. Iedereen kan het lezen maar niemand mag het zien. De handoek waarmee de tranen zijn opgedept is nog nat maar jij kan alweer lachen en grapjes maken. Jij kan alweer even iemand anders zijn. Walgelijk. Maar ik ben niet bang. Of toch wel? Het gaat al jaren zo. Zo lang als ik me kan herrineren. Het is een systeem. Het is overleven. Ik zal niet de enige zijn maar denk vaak dat het wel zo is want niemand praat erover. Iedereen zal wel met verdriet en strijd lopen maar ik denk vaak dat het niet zo is want niemand praat erover. Alles wat ik nodig heb is iemand die mijn hand vasthoudt. Iemand die het snapt. Iemand die op mij let. Die af en toe even komt kijken of alles goed gaat. Die samen met mij bid en samen met mij huilt om alles. Is het te veel gevraagd? Ben ik echt te afstandelijk. Ben ik echt zo intimiderend. Ben ik echt zo moeilijk?
Bizar hoe ik wel die hand voor een ander kan zijn. Bizar dat ik wel de woorden weet te vinden om een ander te motiveren en tot nieuwe inzichten te brengen. Komisch ook wel. Zoals eerder geschreven is het een reddingsboei dat God mij nog gebruikt. Eigenlijk mag ik dit allemaal niet schrijven en vooral niet delen. Ik ben namelijk een voorbeeld. Jongere mensen dan ik kijken tegen mij op. Ze kijken op tegen het plaatje van mij. Ik geloof er helemaal niks van maar iedereen zegt het. Ik blijf maar denken dat ik voor niemand iemand kan zijn waar tegen op wordt gekeken. Misschien is dat wel waarom God mij gebruikt. Omdat ik mee wil lopen met anderen. Niet voor ze uit om te laten zien hoe het moet. Ook niet achter ze om te vertellen welke kant ze op moeten. Ik loop naast ze. Ik strijd mee. Ik schrijf puur, open en eerlijk. Iedereen die mij verwijt dat het onverstandig is om zo open te zijn geef ik groot gelijk. Ik gooi mijn eigen glazen in maar probeer daarmee ook stiekem om de sterretjes in de ruit van een ander te vullen. Wie eerlijk is in alles zal wel eenzaam zijn. Ik wil wel eerlijk zijn in alles maar niet eenzaam zijn. Ha.
In mijn trots zit pijn. Diepe stekende pijn. Hoe leef ik met mijzelf. Als ik mijzelf niet eens begrijp hoe kan ik dat dan van een ander verwachten. Schaamte. Voor de puinhopen die ik heb gemaakt. Een diep ingebakken verlangen om hetgeen ik droom in real-life te kunnen zien. Verdriet om hetgeen ik niet heb bereikt. De lach als ik besef hoe weinig ik wel heb bereikt. Een naar gevoel als ik kijk naar waar ik nu ben. Een kwart eeuw de tijd gehad om te zijn waar anderen wel zijn. Ik zou een boek kunnen vullen met de problemen die ik heb. Toch weet ik dat het altijd erger kan. Dat anderen het misschien veel slechter hebben. Ik ben ook zo bang dat het slechter zal gaan omdat het slechter kan gaan dan dit. Ik weet niet waar mijn grens ligt. Ik ben bang dat ik die grens tegen ga komen.
Als ik uit mijn raam kijk zie ik een mensen over straat lopen. 's Nachts is het erg rustig op straat. Soms loopt er een zwerver voorbij. Laatst zag ik er nog eentje een kussen pakken uit een aanhanger met grofvuil. Ergens dacht ik roep hem! Laat hem op je bank slapen geef hem eten en drinken. Hij heeft zoveel minder dan jij. Maar hij liep de hoek om en ik stond nog steeds in mijn raam naar buiten te kijken. Nog steeds aan het klagen en niet willen zien wat ik wel heb. Dom want dat was Jezus. Als ik dood ga en Hij aan mij vraagt waarom gaf je mij geen plek om te slapen toen ik het koud had dan weet ik precies wat hij bedoelt. Ik zal niet kunnen zeggen waar was U dan?
En zo heb ik weer een blog getikt. Zo gaan de gedachtenspinsels van deze dwaas het web op. Zo lees je de binnenkant van mijn hoofd. Morgen kan het zomaar weer anders zijn en misschien overmorgen wel weer hetzelfde. Er veranderd eigenlijk niet zoveel. Meer dan vijfduizend unieke pageviews in een jaar. Vijfentachtig blogs geschreven en als ik de eerste weer lees zie ik dat er in de tussentijd heel veel is veranderd. Maar ook weer bijna niets.
Ik wens mezelf succes en blijf bidden. Wacht maar. Ik zal het allemaal wel even laten zien. Want drinken doe ik amper meer. Nog een beetje te veel als ik het wel doe op vrijdagavonden of zaterdagen maar dat wordt minder. Let maar op. Bidden doe ik nu zonder moeite dus dat gaat ook de goede kant op. Ik heb dan wel nu een inzinking, een relapse, maar dat wil niet zeggen dat ik de weg die ik heb ingeslagen niet uitloop. Ik ben de goede kant aan het opgaan. Ik moet niet bang zijn maar vertrouwen. Want daar draait het allemaal om. Vertrouwen. Ook al wandel ik door de valleien der schaduwen ik zal niet vrezen want de HEERE is met mij.
Tot zover. Tot morgen. Deo volente.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Wow.
BeantwoordenVerwijderen