Over mij

Mijn foto
Direct, onhandelbaar, onbegrijpelijk, hard, adrem, lief, dienstbaar, loyaal, integer, eigenzinnig, eigenwijs, christen, knuffelbeer, chef-kok :)

donderdag 24 november 2011

Wakker liggen..

Ik lig in mijn bed. Mijn bovenkamer is druk bezig met malen. Allerlei herrineringen passeren de revue. Allerlei gedachten maken zich meester van mij. Ze willen allemaal de boventoon voeren maar die voer ik gelukkig nog altijd zelf. Ik ben de meester van mijn geest. Ik bepaal wat ik denk en wat ik voel. Want ik moet sterk zijn. Ik mag niet zwak zijn want zwak zijn maakt je kwetsbaar. Nu is dat op zich niet verkeerd. 'Kwetsbaar opstellen en dergelijke'. Maar ik bedoel meer dat ik verleidingen niet kan weerstaan zolang ik zwak ben.

Mijn bovenkamer voert mij terug naar vroeger. Toen ik ook in de shit zat. Ik vraag me stilletjes af hoe ik toen uit de strijd kwam en wat dat met mij deed. Al met al heb ik al een redelijk scala aan problemen op mijn kerfstok kunnen toevoegen. De pijn en het verdriet, de stress en de angst ben ik allemaal te lijf gegaan. Met succes kan ik daaraan toevoegen!

Terwijl ik verdrink in zelfmedelijden en de slaap maar niet kan vatten laat ik mij vullen met woorden van anderen. Muziek is waarlijk een briljant medicijn tegen de pijn waar ik mee worstel. Het is logisch. Je gaat de rust zoeken die je heeft verlaten. De vrede met je leven die je hebt verloren. Je gaat het zoeken. Je zoekt het in eten. Je zoekt het in de drank en in de muziek. Je zoekt het in contact met anderen. Maar helaas. Rust is iets wat zich goed weet te verstoppen en zich eigenlijk voorlopig niet wil laten vinden. Het zal wel een reden hebben.

Ik wil niet weglopen voor mijn problemen. Ik ga ze te lijf. Zonder enige vorm van zelfbehoud of verantwoordelijkheid duik ik er met 2 benen tegelijk in. Want dat is waar ik goed in ben. Vechten. Ik ben een geboren krijger. Als het water mij tot de lippen stijgt moet ik maar denken dat ik dan wat vaker mijn adem in moet leren houden.

Ik laat het lopen. Want ik ben alleen. Niemand ziet mij nu. Opkroppen is ook niet goed toch? Daaruit ontstaat frustratie die je dan weer desgewenst op een willekeurig persoon laat botvieren. Onterecht. Daar moet voor gewaakt worden.

De vraag 'waar is het allemaal fout gegaan' komt steeds prominenter naar voren. Ik vraag mij zelfs af of het ooit wel goed is gegaan. Maar ja, goed of slecht is ook zo relatief. Je moet jezelf eigenlijk geen vragen stellen waar je geen antwoord op hebt. Jezelf een retorische vraag stellen is als een aardappel die aan een doperwt vraagt waarom hij groen is.

Terwijl ik in mijn bed lig en de slaap maar niet kan vatten denk ik veel aan haar. Denk ik veel aan toen. Denk ik veel aan eerst. Liefdesverdriet is een ziekte. Het maakt je misselijk en belemmert je om goed te functioneren. Liefdesverdriet is zonde, je mist je doel erdoor. Het liefste loop ik weg. Het liefste kleed ik mij aan. Pak ik een grote tas. Stop ik mijn kleren erin. Kus ik mijn visjes gedag en ga ik lopen. Het maakt niet uit waarheen maar het liefste zo ver mogelijk weg. Gewoon lopen. Het gevoel wil maar niet weg gaan. Ik zal er mee om moeten gaan.

Gelukkig heb ik mensen om mij heen die om mij geven. Die mij mogen. Je snapt het soms niet maar het is zo. Gelukkig heb ik mensen die aan mij vragen hoe het is en die aandacht schenken. Maar toch, hoe goed bedoeld ook, ik voel me verschrikkelijk eenzaam. Ik ben weer alleen en sta er ook alleen voor. Mijn schouders die ooit zoveel konden dragen hebben zichzelf aangeleerd om problemen niet meer alleen te dragen. Ik ben uit vorm.

Terwijl het zoveelste nummer  mij aanspreekt om de tekst die wordt gezongen, voel ik mij ontroostbaar. Hoeveel kan er nog bij? Waarom heeft meneer Murphy ooit zo een achterlijke wet verzonnen! Ik sla op de muur en wordt boos. Zoals altijd kan ik niet goed met verdriet omgaan. Verdriet zet ik om in woede. Woede om hoe ik elke keer weer toelaat dat ik mij zo negatief voel. Dat ik in een depressie terecht kom. Ik pik het niet langer van mijzelf. Ik mag nooit vergeten waar ik vandaan kom en wat mij heeft gevormt. Het zou verschrikkelijk jammer zijn als dat allemaal voor niks is geweest.

Ik ga recht op in bed zitten en vecht met mijn hele ziel tegen mijzelf. Ik spreek mijzelf moed in en denk aan de woorden die ik vaak tegen anderen zeg. Het komt goed, moeilijk is niet onmogelijk. Ja het is moeilijk en ja het ronduit KUT. NOU EN! Wat maakt het uit? Het is niet onmogelijk en het gaat echt wel weer voorbij. Je bepaalt zelf hoelang je erover doet. Dit houdt ik mijzelf voor totdat ik merk dat de vermoeidheid zich als een warme deken over mijn problemen vouwt. Ik val in slaap.

Het is nacht en het wordt morgen. Ik word wakker. Een nieuwe dag. Een nieuwe kans om te knokken. Ik zou er heel veel zin in moeten hebben maar kan de motivatie niet vinden. Ik wil niet meer, ik moet. Ik ben geen held maar ik doe mijn best om te blijven staan. Zelfs dat kost enorme moeite maar ach, ik mag niet klagen toch?

Ik poets mijn tanden en kijk eens goed in de spiegel. Wat zie ik eigenlijk staan? Wie staat mij daar aan te staren? Is dat nou de man die zegt dat hij zo sterk is. Is dat alles? Ik zet een kop koffie uit mijn splinternieuwe koffiezetapparaat en rook een sigaret. Ik sla mijzelf in het gezicht en ga naar buiten. Buiten schijnt de zon. De zon die warm op mijn wangen schijnt. Op de fiets kijk ik naar de mensen om mij heen. Ook zij hebben hun problemen en uitdagingen. Zij zijn niet anders dan ik. Ik ben niet anders dan zij. Dat moet ik mijzelf voor blijven houden. Dat is belangrijke, waardevolle informatie.

Plots uit het niets besef ik me dat ik in een God geloof. Die héél hoog boven mij naar me kijkt. Die zal ook wel denken; "waar ben je toch in mijn naam mee bezig?". Die tegen mij zegt; "ik ben hier hoor". En ik praat tegen Hem. Hij praat nooit terug. Nooit direct in ieder geval. Maar toch zeg ik Hem;

God. Ik ben hier. Ik heb het moeilijk. Ik heb u nodig. Ik vertrouw u niet. Ik wil eigenlijk helemaal geen God. Ik wil helemaal niet een kind van u zijn. Sterker nog, ik wil helemaal niet bestaan. Waarom heeft u mij gemaakt? U heeft niks aan mij gevraagd toch? Was dat zoveel gevraagd. God, ik ben boos op U. Boos omdat ik dit allemaal meemaak. Boos omdat U met al uw macht en Uw luister niet bereidt bent om mij hieruit te helpen. Ik ben boos omdat ik faal. Ik ben boos omdat het mij niet lukt te zijn zoals U mij graag wilt zien. Eigenlijk wil ik ook helemaal niet zijn zoals u mij wilt zien. Ik wil helemaal niet zo netjes en lief zijn. Ik wil helemaal niet uit de bijbel lezen en bidden tegen een God. Het spijt me. Ik stel U teleur. Dat bent U inmiddels wel gewend neem ik aan? God, als het echt zo is dat U mij wilt helpen, wat ik moeilijk vindt om te geloven. Doe het dan maar. Laat me maar zien wat ik moet doen. Ik ben niet meer tot veel in staat maar ik hoor het wel. In Jezus naam, blabla, uit genade amen.
Sinds lange tijd heb ik weer gebeden. Ik voel me er niet beter door maar het is wel goed en fijn om eerlijk tegenover God te kunnen zijn. Deze week heb ik zelfs al een de bijbel gelezen. Ach, een kat in het nauw maakt rare sprongen zullen we maar zeggen.

Zo gaat mijn zoektoch verder. Naar een oplossing. Naar de grote verandering, naar de grote ommekeer. Zo gaan we verder en geef ik niet op. Dit is mijn gevecht. Dit is mijn leven. Dit alles hierboven is maar één nachtje. Kun je nagaan. Maar wees niet bang voor mij. Wees niet ongerust over mij. Het komt goed. Altijd.

Ik sluit af met de woorden;
Conscia mens recti, famae mendacia ridet'Wie zich bewust is van de waarheid lach om de leugens van het gerucht'

Geen opmerkingen:

Een reactie posten